Onbekend Is Onbemind: Pissebedden in de Tuin

[mashshare]

Onbekend Is Onbemind: Pissebedden in de Tuin

Wie kent ze niet, de kleine, grijze wriemelbeestjes die overal op vochtige plaatsen ergens onder zitten?

Overal in de tuin kan je ze tegenkomen waar het enigszins vochtig is. Pissebedden zijn immers geen insecten maar schaaldieren. Eigenlijk horen ze in het water en daar leven ook de meeste soorten. Ze komen zowel in de zee als in zoet water voor.

Een kleine groep, de landpissebedden of Oniscidea, is aan land gegaan en heeft zich aangepast aan het leven op het droge. In Nederland komen 36 op het land levende soorten pissebedden voor. Ze komen waarschijnlijk oorspronkelijk uit Europa maar zijn nu ook te vinden tot in Nieuw-Zeeland. Het zijn de enige kreeftachtigen die op het land leven.

Nooit plassen

 

De landpissebedden hebben een rudimentaire vorm van kieuwen meegenomen. Daarom hebben ze ook een vochtige omgeving nodig. Ze ademen immers met hun pleopoden op de onderzijde van de buik en deze moeten altijd vochtig blijven. De pleopoden zijn voorzien van een wijdvertakt systeem van zeer fijne buisjes, en kunnen beschouwd worden als een soort primitieve longen.

Hiernaast hebben landpissebedden een ammoniak- en waterdoorlatend pantser waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft dus ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen het lichaam verlaten door verdamping door het pantser.

De naam pissebed zou komen van een middeleeuws gebruik om het urineren te bevorderen. Volgens anderen zou de naam te maken hebben met het geloof dat bedplassen kon verholpen worden door gedroogde en gemalen pissebedden in bed te strooien.

Pissebedden worden meestal in groepen aangetroffen, en ook dit heeft met hun behoefte aan vochtigheid te maken: als ze tegen elkaar aanzitten verdampt er minder water per pissebed dan wanneer ze allemaal los van elkaar zouden zitten.

Voortplanting

Een tweede aanpassing aan het landleven is de manier waarop de jongen ter wereld komen. Na de paring in de lente vervelt het vrouwtje, waarbij een broedzak wordt gevormd, waarin enkele tientallen eitjes worden afgezet. Het vrouwtje draagt de eitjes 6 tot 7 weken met zich mee, waarna de nimfen worden geboren, die nog enige dagen in de buidel blijven.

Deze buidel is duidelijk te zien op de buikzijde van de vrouwtjes als een gelige bobbel. De nimfen worden geboren met slechts zes borstsegmenten en zes paar poten, na de eerste vervelling krijgen ze het zevende segment en na de tweede vervelling ook het zevende potenpaar en lijken ze al op de ouders. De jongen zijn zeer gevoelig voor uitdroging en verstoppen zich zoveel mogelijk. Een pissebed leeft één tot 2 jaar.

Lichaamsbouw

De lichaamslengte verschilt enigszins per soort maar is ongeveer 0,5 tot 2 centimeter en het lichaam bestaat duidelijk uit segmenten. Zeven segmenten dragen elk een potenpaar. De pissebed bestaat van voor naar achter uit twee vrij lange, gesegmenteerde antennes en een kleine kop die de vorm van een helm heeft. De samengestelde ogen bestaan uit een groepje oogbolletjes aan weerszijden van de kop.

De pissebed kan hiermee echter niet erg goed zien. Het lichaam is langwerpig ovaal en afgeplat met een bruine, witte, grijze of blauwachtige kleur. De rugzijde is enigszins platbol en de buikzijde plathol, vooral bij de vrouwtjes want in de uitsparing wordt de broedbuidel bewaard.

De kop en het achterlijf zijn klein en het borststuk is in verhouding erg lang. Het borststuk van de pissebed draagt de poten en bestaat uit een aantal harde, elkaar overlappende platen ter bescherming.

Vervellen

Pissebedden zijn geleedpotigen en vervellen dus. Ze doen dat in twee stappen. Eerst laat het achterste deel van het pantser los en na enkele dagen het voorste deel. Na een vervelling heeft de pissebed nog een zacht pantser en is dus veel kwetsbaarder. Als het voorste deel eraf valt, is het achterste deel al hard geworden. Hierdoor is er altijd een harde kant ter bescherming. Bovendien verdampt er meer water uit een zacht pantser waardoor de kans op uitdroging kleiner is wanneer in twee delen wordt verveld.

Er zijn soorten met een brede en platte vorm die zich overal aan vastgrijpen. Daarnaast zijn er soorten die zich bij aanraking oprollen tot een balletje. Ook zijn er soorten met een slanke vorm en lange poten die bij verstoring snel weglopen en tenslotte zijn er soorten die langzaam wegkruipen.

Ruwe Pissebed

De ruwe pissebed of gewone pissebed (Porcellio scaber) komt bij ons algemeen voor en is te vinden in vochtige ruimten, onder stenen en afval. De bovenkant is egaal donker gekleurd. Deze pissebed leeft van plantaardig materiaal zoals afgevallen bladeren en dood hout en is daardoor belangrijk voor de afbraak van organisch materiaal.

Een belangrijk kenmerk zijn de vele zeer kleine bobbeltjes op de bovenzijde. Het is een klein diertje met stevige monddelen waarmee zelfs hout vermalen kan worden. Ze heeft vele vijanden, zoals insecten, spinnen, amfibieën en vogels. De ergste vijand is de spin. Ze verdedigen zich dan door een vies smakende stof uit te scheiden.

Een andere vijand is de egel. Deze is ook ‘s nachts op pad en zal het zeker niet nalaten om eens een pissebed op te eten.

Oprolpissebed

De oprolpissebed (Armadillium vulgare) lijkt op de oproller (Glomeris marginata) maar is niet verwant, dat is immers een miljoenpoot. De oprolpissebed heeft de best ontwikkelde ‘longen’ en kan op de droogste plaatsen leven. Ze zijn van de andere pissebedden te onderscheiden doordat ze zich bij verstoring oprollen tot een knikkerachtig bolletje. Je kan het heel simpel testen: als je een oprolpissebed in je hand neemt, is het een bolletje tegen dat het in je hand ligt.

Paars Drieoogje

Het Paars drieoogje (Trichoniscus pusillus) is een dwergsoort. Het leeft in composthopen, in de grond, onder stenen, hout of bladstrooisel. Het is een algemene soort, maar omdat ze zo klein zijn, heb je wat meer aandacht nodig om ze te zien. Indien verstoord bewegen ze nauwelijks. Ze zijn vaak roodpaars gekleurd, maar soms zijn ze ook anders gekleurd, bijvoorbeeld geheel transparant. Het oog is klein en bestaat slechts uit drie ‘puntjes’.

Het zijn interessante diertjes voor de tuin, het zijn immers opruimers en ze helpen organisch materiaal af te breken zonder schade toe te brengen in de tuin.

 


Volgende Stap?

Schrijf u in voor email updates, zo wordt u automatisch op de hoogte gehouden van elk nieuw bericht!

About Frank Anrijs

Al enkele jaren ben ik bezig met natuurlijk tuinieren en gezonde voeding. Natuurlijk en gezond tuinieren in samenwerking met en naar het voorbeeld van de natuur.

U kunt vele artikels over de Natuurlijke Moestuin lezen via volgende link: GRATIS artikels.

Comments

  1. job says:

    Ik heb dit jaar veel pissebedden in t aardbeibed zitten, en ze eten ook veel aardbeien op. Maar gelukkig laten ze nog genoeg over voor het baasje 😉

  2. Rade says:

    Beste Franck,

    Zoals Job aangeeft, ook ik heb last van deze beestjes. Net zoals Job heb ik ook aardbeienbedjes en ik zie ze soms met het blote oog knagen aan de aardbeien.
    Wat kan ik hieraan doen, een insectenhotel?

  3. Sophie says:

    Dit jaar krioelt het van de oprolpissebedden in mijn groententuin. Zo eten ze al de boontjes op die aan het ontkiemen zijn. Eerst dacht ik dat het de slakken waren, maar nu zie ik dat het voornamelijk die kleine beestjes zijn.
    Ik vrees dat er geen oplossing voor bestaat, of toch wel?

    • Ik vermoed dat de grote vochtigheid van de laatste weken met eventuele problemen door pissebedden te maken heeft. Ik ken alvast geen oplossing, en vermoed dat het probleem ophoudt eens het wat droger wordt …

  4. frans Keijzer says:

    nou Frank die pissebedden die gunnen mij dit jaar niets elk zaadje wat ontkiemt
    van raapsteel tot spinazie elke kiem wordt door die krengen afgevreten
    bloemkolen vreten ze af zelfs mijn komkommers vreten ze af.
    Op droog weer wachten is een utopie want onder de mulch blijft het voor die
    beesten altijd lekker vochtig genoeg.
    Er is maar een remedie KIPPEN.

Speak Your Mind

*